jujitsu
jujitsu

Stijlen binnen de NFK
Gyakute-do Aiki-JuJutsu
Nakoni
Oranda Ryu (JBN systeem)
Shin Ju Jitsu

Scholen binnen de NFK
Academie voor Oosterse Bewegings- en Gezondheidsleer (Breda), www.aobg.nl / www.budokai-breda.com
Budoschool Anjin Ryu (Etten-Leur), www.anjin-ryu.nl
Instituut ‘De Sportacademie’ (Den Haag), https://dojosportacademie.wordpress.com
Lu Gia Jen (Den Haag), www.lugiajen.nl
Sportcentrum Doets (Reeuwijk), www.sportcentrumdoets.nl
Yushinkan Dojo (Utrecht), www.yushinkan.com

 


‘Jiu Jitsu’ (Ju Jutsu, 柔術) is een Japans systeem van zelfverdediging, waarbij men lichaam en geest als werktuigen traint om (on)gewapende aanvallers te pareren en onschadelijk te maken.

De vertaling van het karakter ‘Ju’ kan uitgelegd worden als zacht, soepel, buigzaam en meegevend. Het ‘zachte principe’ als tegenstelling van ‘hard’ verwijst naar het ongewapend verslaan van een gewapende tegenstander. Het ‘meegevende principe’ verwijst naar het gebruik maken van de kracht van de tegenstander als in: ‘geef mee om te overwinnen’. Het ontwijken van aanvallen valt ook onder dit begrip. ‘Jutsu’ betekent methode, techniek, vaardigheid. Een beoefenaar van de betreffende techniek heet een ‘Jutsuka’, hier dus de Ju Jutsuka. Wij gebruiken verder de in Nederland gangbare schrijfwijze ‘Jiu Jitsu’.

Jiu Jitsu plaatst het gebruik maken van de kracht en bewegingsrichting van de tegenstander centraal, in plaats van het hanteren van ‘kracht tegen kracht’. Op deze wijze manipuleert de Jiu Jitsuka de kracht van zijn tegenstander, behoudt controle over de balans en voorkomt tegelijkertijd de mogelijkheid van een tegenaanval.

Binnen de studie van het Jiu Jitsu zijn er een aantal hoofdelementen aan te geven:

  • De kunst van het blokkeren van aanvallen, veelal stoten, slagen en trappen;
  • De kunst van het werpen (nage-waza) van tegenstanders vanuit een (full) contact positie; er wordt gebruik gemaakt van de bewegingsrichting en het zwaartepunt van de tegenstander;
  • De kunst van het werpen van tegenstanders vanuit een niet ‘contact positie’; bij deze technieken is er in aanvang weinig of geen contact met de tegenstander. Denk bijvoorbeeld aan ‘schaartechnieken’;
  • De kunst van het ontwijken van aanvallen;
  • De kunst van het bevrijden uit of beantwoorden van specifieke aanvallen (hakko-dori);
  • De kunst van het stoten, slaan en trappen (atemi-waza);
  • De kunst van het gebruik maken van kwetsbare plekken en drukpunten (kyusho);
  • De kunst van het onder controle houden van een tegenstander (katame-waza). Denk bijvoorbeeld aan opbrenggrepen;
  • De kunst van het valbreken (ukemi-waza).

In eerste instantie richt de leerling zich op het aanleren en begrijpen van de technieken, vervolgens worden de technieken keer op keer geoefend totdat men ze uiteindelijk na jaren trainen als reflex toe kan passen. Men noemt dit ook wel het toepassen van ‘spiergeheugen’, alsof iedere spier, zonder tussenkomst van het bewustzijn, precies weet hoe op welke aanval te moeten reageren.

We kunnen dit principe ook in een wijdere, Japanse context plaatsen. Men oefent de geest zodanig dat een alles omsluitend bewustzijn wordt verkregen (‘zanshin’ of ‘behoudende geest’) waardoor de beoefenaar klaar is voor alles op ieder moment. Het spontaan aanwenden van ‘mushin’ (letterlijk: ‘geen gedachten’) zorgt er voor dat onmiddellijke actie zonder tussenkomst van het bewustzijn kan plaatsvinden en dat een staat van onverstoorbaarheid ontstaat die men ‘fudoshin’ (letterlijk: ‘onbeweeglijke geest’) noemt.

Bronnen: naar Wikipedia en gs

jiu_jitsu

Geschiedenis Jiu Jitsu – klik hier